Laminaat leggen is een van de dankbaarste vloerklussen die je zelf kunt doen: met een goede voorbereiding leg je een kamer van 20 m² in één tot twee dagen. Hieronder lees je hoe je de ondergrond controleert, welke ondervloer je kiest, hoe je de planken rij voor rij klikt en hoe je netjes afwerkt bij deuren en overgangen.
In het kort
- Laat het laminaat minimaal 48 uur plat acclimatiseren in de ruimte.
- Op beton altijd een dampremmende folie of ondervloer met folie gebruiken.
- Houd rondom 8 tot 10 mm uitzettingsvoeg vrij en verspring de naden minimaal 30 cm.
- Plinten bevestig je aan de muur, nooit aan de zwevende vloer.
Voorbereiding: begin bij de ondergrond
Een laminaatvloer is zo goed als de ondergrond eronder. De vloer moet droog, schoon, stevig en vlak zijn. Kleine oneffenheden vangt de ondervloer op, maar hoogteverschillen van meer dan ongeveer 2 à 3 mm over een meter zorgen voor verende planken, krakende naden en op den duur losgeschoten kliksluitingen.
Leg een rechte lat van twee meter op verschillende plekken op de vloer en kijk of er licht onder door schijnt. Zie je kuilen of bulten die groter zijn dan de vuistregel, dan is het verstandig om eerst de vloer te egaliseren. Hoe je dat aanpakt, lees je in ons artikel over een vloer egaliseren met egaline.
Controleer bij een betonvloer ook het vocht. Een nieuwe dekvloer heeft vaak weken tot maanden nodig om uit te drogen. Leg je te vroeg, dan trekt het vocht in de planken en gaan ze opbollen. Op een houten vloer schroef je losse of krakende delen eerst goed vast.
Laat het laminaat acclimatiseren
Laminaat bestaat voor het grootste deel uit HDF, een geperste houtvezelplaat. Die werkt mee met temperatuur en luchtvochtigheid. Leg de dichte pakken daarom minimaal 48 uur plat in de ruimte waar ze komen te liggen, bij een kamertemperatuur van ongeveer 18 tot 22 °C. Zet ze niet rechtop tegen een muur en niet in een koude schuur of garage.
Benodigdheden
- Laminaat (oppervlakte plus 5 à 10% snijverlies)
- Ondervloer en bij beton een dampremmende folie (minimaal 0,2 mm PE)
- Afstandsklosjes of wiggen van 8 tot 10 mm
- Slagblok en trekijzer, rubberen hamer
- Decoupeerzaag of laminaatsnijder, handzaag met fijne vertanding
- Rolmaat, potlood, winkelhaak en duimstok
- Plinten, overgangsprofielen en eventueel buisrozetten
- Stofmasker en gehoorbescherming bij het zagen
Welke ondervloer voor laminaat kies je?
De ondervloer is geen bijzaak. Hij vlakt kleine oneffenheden uit, dempt het loopgeluid en kan isoleren. Bij een betonvloer heb je bovendien altijd een vochtscherm nodig, tenzij dat al in de ondervloer is verwerkt. Let ook op of je vloerverwarming hebt: dan moet de warmteweerstand van ondervloer en laminaat samen laag blijven.
| Type ondervloer | Geschikt voor | Let op |
|---|---|---|
| Schuimfolie (2 à 3 mm) | Budgetklus op een vlakke vloer | Weinig geluiddemping, apart vochtscherm nodig op beton |
| Polystyreen platen (3 à 5 mm) | Lichte oneffenheden, extra isolatie | Niet geschikt voor vloerverwarming |
| Ondervloer met geïntegreerde folie | Betonvloeren, snelle verwerking | Overlap met plakstrip goed afplakken |
| Rubber of PU-ondervloer (1,5 à 2 mm) | Appartementen, vloerverwarming | Duurder, maar beste contactgeluiddemping |
Woon je in een appartement, kijk dan in de regels van de VvE. Daar staat vaak een minimale geluidsisolatie voor harde vloeren in, die je alleen haalt met een goede geluiddempende ondervloer.
Let op
Leg nooit twee ondervloeren op elkaar om meer demping te krijgen. De vloer gaat dan te veel veren en de kliksluitingen kunnen breken. Eén goede ondervloer werkt beter dan twee goedkope.
Laminaat gereedschap: wat heb je echt nodig?
Je hoeft geen professionele uitrusting te kopen, maar een paar dingen maken het verschil. Een slagblok voorkomt dat je met de hamer de rand van de plank beschadigt. Met het trekijzer klop je de laatste plank van een rij tegen de muur aan, waar geen ruimte is voor het slagblok.
Voor het zagen werkt een decoupeerzaag met een fijn blad voor laminaat het snelst. Zaag je met de decoupeerzaag, leg de plank dan met de decorzijde naar beneden, want het blad zaagt op de opgaande slag en kan aan de bovenkant splinteren. Een laminaatsnijder (een soort guillotine) maakt nauwelijks stof en lawaai en is ideaal voor rechte dwarse sneden. Voor uitsparingen rond verwarmingsbuizen gebruik je een houtboor van ongeveer 2 cm groter dan de buis.
Laminaat leggen in 7 stappen
Bepaal eerst de legrichting. Meestal leg je de planken in de lengterichting van de kamer en evenwijdig aan het invallende licht van het grootste raam. Dan vallen de kopse naden het minst op en oogt de ruimte rustiger.
1. Ondervloer en folie leggen
Rol eerst de dampremmende folie uit als je op beton legt. Laat de banen minimaal 20 cm overlappen, plak de naden af met tape en laat de folie een paar centimeter langs de muur omhoog lopen. Daarna komt de ondervloer, met de naden stuik tegen elkaar en dwars op de legrichting van het laminaat.
2. Eerste rij uitzetten
Meet de breedte van de kamer en reken uit hoe breed de laatste rij wordt. Is dat minder dan ongeveer 5 cm, zaag dan de eerste rij ook smaller, zodat beide randen even breed zijn. Zaag van de eerste rij de veer aan de muurkant af, dan sluit de plank strak aan tegen de afstandsklosjes.
3. Uitzettingsvoeg vrijhouden
Plaats de afstandsklosjes rondom, om de 50 tot 60 cm. Laminaat zet uit en krimpt, daarom heb je langs alle muren, kozijnen en leidingen een voeg van 8 tot 10 mm nodig. Bij kamers langer dan ongeveer 10 tot 12 meter of bij doorlopen door een deuropening heb je een extra dilatatievoeg nodig, die je later afdekt met een profiel.
4. Planken rij voor rij klikken
Begin linksboven in de hoek, met de veer naar de muur. Klik de kopse kant van de volgende plank in de vorige: schuin aanzetten, naar beneden drukken en eventueel licht aantikken met het slagblok. Het restant van de laatste plank van een rij gebruik je als begin van de volgende rij, mits het minstens 30 cm lang is.

5. Naden verspringen
Zorg dat de kopse naden van twee rijen naast elkaar minimaal 30 tot 40 cm verspringen. Zo krijg je een stevige vloer en voorkom je een trappetjespatroon dat onrustig oogt. Werk telkens met planken uit verschillende pakken, zodat kleurverschillen netjes verdeeld worden.
6. Leidingen en deurkozijnen
Bij een verwarmingsbuis meet je het hart van de buis uit, boor je het gat en zaag je van de rand een strookje los richting het gat. Leg de plank, lijm het strookje terug en werk af met een buisrozet. Bij een deurkozijn zaag je de onderkant van het kozijn in met een handzaag, met een restplank plus ondervloer als hoogtemaat. Zo schuift het laminaat er netjes onder en hoef je niet te passen en meten rond de profielen.
7. Laatste rij passen
Leg een plank precies op de voorlaatste rij, leg daar een tweede plank tegen de muur overheen en teken de lijn af. Trek de voeg van 8 tot 10 mm ervan af en zaag de strook op maat. Met het trekijzer klop je hem in de sluiting.
Tip
Klikken de planken niet goed in elkaar, kijk dan of er geen zaagsel of steentje in de groef zit. Een stofzuiger en een oude kwast bij de hand voorkomen veel gedoe en open naden.
Laminaat leggen tips voor een strak resultaat
Een paar kleine gewoonten zorgen ervoor dat je vloer jarenlang mooi blijft liggen. Controleer om de paar rijen met een rechte lat of de vloer nog recht loopt, vooral als je muren niet haaks staan. Corrigeren gaat na drie rijen nog prima, na tien rijen niet meer.
- Zet nooit iets vast door het laminaat heen, zoals een keukeneiland of zware kast: een laminaatvloer is een zwevende vloer en moet vrij kunnen werken.
- Leg in vochtige ruimtes als de badkamer alleen laminaat dat daar uitdrukkelijk voor bedoeld is, en kit de randen dan waterdicht af.
- Gebruik viltjes onder stoelen en tafelpoten om krassen te voorkomen.
- Bewaar een paar restplanken, zodat je later een beschadigde plank kunt vervangen.
Afwerken met plinten en een overgangsprofiel laminaat
Haal na het leggen alle afstandsklosjes weg. De uitzettingsvoeg werk je weg met plinten. Bevestig die altijd aan de muur, nooit aan de vloer, want anders zet je de zwevende vloer alsnog vast. Plinten kun je spijkeren, schroeven of met montagekit of plintclips bevestigen.
Bij een deuropening of de overgang naar een ander vloertype gebruik je een overgangsprofiel. Er zijn drie hoofdsoorten: een overgangsprofiel voor twee vloeren op gelijke hoogte, een aanpassingsprofiel voor een klein hoogteverschil en een eindprofiel tegen bijvoorbeeld een schuifpui of tegelvloer. De meeste profielen hebben een aluminium of kunststof onderrail die je in de ondergrond schroeft, waarna je het profiel erin klikt.
Kies een profiel in een kleur die bij het laminaat past of in neutraal geborsteld aluminium. Zaag het op maat met een ijzerzaag of verstekzaag met een fijn blad. Voor de nette afwerking rondom leidingen gebruik je buisrozetten in de kleur van de plint.
Aan de slag
Met een vlakke ondergrond, de juiste ondervloer en genoeg ruimte langs de randen is laminaat leggen goed te doen voor een beginnende klusser. Neem de tijd voor de eerste rij, want die bepaalt hoe recht de rest wordt. Reken voor een gemiddelde woonkamer op een flinke dag werk, plus wat extra tijd voor het afwerken met plinten en profielen. Daarna kun je meteen weer over je nieuwe vloer lopen.
Veelgestelde vragen over laminaat leggen
Ja, zolang de tegelvloer vlak is en er geen losse tegels tussen zitten. Grote hoogteverschillen of brede voegen vang je op met een iets dikkere ondervloer of door eerst te egaliseren. Houd wel rekening met de extra hoogte bij deuren.
Reken op ongeveer 5% extra bij een rechthoekige kamer en recht leggen. Bij veel hoeken, nissen of diagonaal leggen kun je beter 10 tot 15% extra nemen. Koop alles in één keer, zodat de kleur per partij gelijk is.
De ondervloer loopt tot aan de muur, maar niet omhoog. Alleen de dampremmende folie laat je een paar centimeter langs de muur omhoog lopen en snijd je na het plaatsen van de plinten af.
Ja, als het laminaat en de ondervloer daar geschikt voor zijn. Let op de warmteweerstand: samen moet die zo laag mogelijk blijven, meestal onder 0,15 m²K/W. Zet de vloerverwarming geleidelijk aan na het leggen.
Kraken komt meestal door een oneffen ondergrond, een te zachte of dubbele ondervloer of een te krappe uitzettingsvoeg. Controleer eerst of de vloer nergens tegen de muur, een kozijn of leiding klemt.


