Een kapotte of verouderde lichtschakelaar vervangen is een van de meest gedane elektraklussen in huis. Wil je zelf een schakelaar aansluiten op een bestaande aansluiting, dan is dat goed te doen, zolang je veilig werkt en weet welke draad waar hoort. Hieronder lees je hoe je de groep uitschakelt, de draadkleuren herkent en een enkele schakelaar, wisselschakelaar of combinatie met stopcontact correct aansluit.
In het kort
- Zet altijd de groep uit en controleer met een spanningzoeker of alle draden spanningsloos zijn.
- Bruin is fase, blauw is nul, geel-groen is aarde en zwart of grijs is de schakeldraad.
- De fase gaat op klem L of P, de schakeldraad naar de lamp.
- Maak vooraf een foto van de oude bedrading.
- Bij twijfel, oude bedrading of uitbreidingen: schakel een erkend installateur in.
Eerst veiligheid: dit moet je weten
Netspanning van 230 volt is levensgevaarlijk. Een schok kan je hart verstoren en je laten vallen van een trap. Daarom begint elke elektraklus met stroomloos maken en controleren, en pas daarna met schroeven. Werk nooit op gevoel of op de aanname dat de schakelaar uit staat: een schakelaar onderbreekt alleen de schakeldraad, niet de fase die de doos binnenkomt.
Elektrische installaties in Nederland moeten voldoen aan de norm NEN 1010. Die beschrijft onder meer welke draadkleuren je gebruikt, hoe dik de draden zijn en hoe verbindingen gemaakt worden. Vervang je een schakelaar één op één, dan volg je in feite de bestaande situatie. Ga je de installatie uitbreiden, nieuwe leidingen trekken of een groep toevoegen, dan is dat werk voor een erkend installateur.
Let op
Kom je in de doos stoffen omwikkelde draden, aluminium draden, geen aarde in een natte ruimte of verschroeide plekken tegen? Stop dan direct en schakel een erkend installateur in. Hetzelfde geldt als je twijfelt welke draad de fase is. Bij elektra is een verkeerde gok geen optie.
Benodigdheden
- Nieuwe schakelaar (inbouw of opbouw, zelfde type als de oude) plus afdekraam
- Tweepolige spanningstester of een goede spanningzoeker
- Geïsoleerde schroevendraaiers (plat en kruiskop, VDE-keurmerk)
- Striptang of draadstripper
- Zaklamp of hoofdlamp
- Telefoon om een foto van de oude bedrading te maken
- Stukjes schilderstape en een pen om draden te markeren
Draadkleuren in de Nederlandse installatie
Wil je een lichtschakelaar aansluiten, dan moet je eerst weten wat elke draad doet. In woningen die volgens de huidige NEN 1010 zijn aangelegd, hebben de kleuren een vaste betekenis. In oudere huizen kom je soms afwijkende kleuren tegen; maak dan altijd eerst een foto en meet na in plaats van op de kleur te vertrouwen.
| Kleur | Functie | Afkorting | Bij een schakelaar |
|---|---|---|---|
| Bruin | Fase (spanning) | L | Komt binnen op de schakelaar |
| Blauw | Nul | N | Gaat meestal niet via de schakelaar |
| Geel/groen | Aarde | PE | Alleen bij metalen schakelaars of combinaties met stopcontact |
| Zwart of grijs | Schakeldraad | – | Loopt van de schakelaar naar de lamp |
| Zwart en grijs samen | Wisseldraden (correspondenten) | 1 en 2 | Tussen twee wisselschakelaars |
In een gewone schakelaardoos zie je daarom meestal maar twee draden: een bruine fase en een zwarte of grijze schakeldraad. De blauwe nul loopt rechtstreeks naar de lamp en komt niet in de schakelaardoos.
Schakelaar aansluiten: stappenplan
Dit stappenplan gaat uit van het vervangen van een bestaande enkelpolige schakelaar door een nieuwe van hetzelfde type. Voor wissel- en combinatieschakelaars lees je verderop wat er anders is.
1. Schakel de juiste groep uit
Ga naar de meterkast en zet de groep uit waarop de schakelaar en de lamp zitten. Weet je niet welke dat is, zet dan de hoofdschakelaar uit. Doe de lamp vooraf aan; gaat hij uit als je de groep uitzet, dan heb je in elk geval de lampgroep te pakken. Hang een briefje op de meterkast zodat niemand de groep per ongeluk weer aanzet.
2. Controleer met een spanningzoeker
Haal het afdekraam en de wip van de schakelaar af en schroef de schakelaar los uit de inbouwdoos. Raak de draden nog niet aan. Meet met je spanningstester op alle draden en klemmen of er echt geen spanning meer op staat. Test de tester vooraf en achteraf op een stopcontact waarvan je weet dat het werkt, zodat je zeker weet dat hij goed meet.
Tip
Een eenvoudige schroevendraaier met lampje is goedkoop, maar niet altijd betrouwbaar. Een tweepolige spanningstester van ongeveer 20 tot 40 euro meet nauwkeuriger en laat ook zien of er tussen twee draden spanning staat. Voor wie vaker klust is dat een goede investering.
3. Maak een foto en markeer de draden
Fotografeer de oude schakelaar met de draden er nog in, van dichtbij en goed belicht. Markeer de draad die op de klem L of P zat met een stukje tape. Dat is de fase. Pas daarna maak je de draden los door de schroef of de snelklem te ontgrendelen.
4. Controleer de draadeinden
Bekijk de koperen uiteinden. Zijn ze verkleurd, ingekerfd of afgebroken, knip dan een klein stukje af en strip ongeveer 8 tot 10 millimeter opnieuw. Veel schakelaars hebben een striplengte op de achterkant staan. Er mag geen blank koper buiten de klem uitsteken.

5. Sluit de nieuwe schakelaar aan
Steek de fase (bruin) in de klem met L of P. Steek de schakeldraad (zwart of grijs) in de andere klem, vaak aangeduid met een pijltje, 1 of een lampsymbool. Bij een enkelpolige schakelaar maakt het technisch niet veel uit, maar houd de fase op L aan; dat is netjes en voorkomt verwarring bij een volgende klus. Trek aan elke draad om te controleren of hij vastzit.
6. Monteer de schakelaar en test
Vouw de draden netjes terug in de doos, zonder ze te knikken of klem te zetten. Schroef de schakelaar recht vast in de inbouwdoos, klik de wip en het afdekraam erop en zet de groep weer aan. Test of de lamp aan en uit gaat. Werkt het niet, zet dan eerst de groep weer uit voordat je opnieuw gaat kijken.
Wisselschakelaar aansluiten
Met een wisselschakelaar bedien je één lamp vanaf twee plekken, bijvoorbeeld onder en boven aan de trap. Een wisselschakelaar heeft drie klemmen: één gemeenschappelijke klem (vaak L of P) en twee klemmen voor de wisseldraden (1 en 2, of pijltjes).
- Bij de eerste schakelaar komt de fase op de gemeenschappelijke klem.
- Bij de tweede schakelaar gaat de schakeldraad naar de lamp vanaf de gemeenschappelijke klem.
- De twee wisseldraden verbinden klem 1 en 2 van beide schakelaars met elkaar.
Bij vervangen is de foto van de oude situatie goud waard. De draad op de gemeenschappelijke klem is het belangrijkste: zet die op dezelfde plek op de nieuwe schakelaar. Of de twee wisseldraden op 1 of 2 zitten, maakt voor de werking niet uit. Werkt het na het aansluiten maar vanaf één kant, dan zit vrijwel altijd een wisseldraad op de gemeenschappelijke klem.
Stopcontact met schakelaar aansluiten
Een combinatie van een stopcontact met schakelaar zie je vaak naast een deur. Hier komen meer draden samen: een fase, een nul, een aarde en een schakeldraad naar de lamp. Het stopcontact heeft fase, nul en aarde nodig; de schakelaar alleen de fase en de schakeldraad.
Bij de meeste combinaties zit er intern of met een klein draadje een brug tussen de fase van het stopcontact en de L van de schakelaar. Vervang je zo’n combinatie, neem dan een exemplaar met dezelfde opbouw en zet elke draad terug op de klem die overeenkomt met de foto. De geel-groene aarde gaat altijd naar de aardklem van het stopcontact. Twijfel je over de interne brug of zie je meer draden dan verwacht, laat het dan aan een installateur over.
Veelgemaakte fouten
- Alleen de schakelaar uitzetten in plaats van de groep. De fase blijft dan gewoon onder spanning.
- De nul schakelen in plaats van de fase. De lamp gaat wel uit, maar de fitting blijft onder spanning.
- Te veel blank koper. Dat kan kortsluiting of een schok geven bij het terugplaatsen.
- Draden die half in de klem zitten. Een losse verbinding wordt warm en kan brand veroorzaken.
- Een ander type schakelaar kiezen. Een serieschakelaar of dimmer werkt anders en heeft soms een nul nodig.
Heb je de stroom toch uit en ben je in huis aan het klussen, dan is het een goed moment om andere kleine klusjes mee te nemen. Denk aan je radiator ontluchten voordat het stookseizoen begint; daar heb je geen elektra voor nodig, alleen een ontluchtingssleutel.
Aan de slag met je schakelaar aansluiten
Een gewone schakelaar vervangen is goed te doen als je de groep uitschakelt, met een spanningzoeker controleert dat alles spanningsloos is en de draden terugzet volgens je foto. Fase op L, schakeldraad naar de lamp en de nul blijft buiten de schakelaar. Kom je iets tegen wat niet klopt met dit verhaal, of wil je de installatie uitbreiden, schakel dan een erkend installateur in die volgens NEN 1010 werkt. Veiligheid gaat altijd voor tijdwinst.
Veelgestelde vragen over schakelaar aansluiten
Ja, als particulier mag je in je eigen woning een schakelaar vervangen. Het werk moet wel voldoen aan NEN 1010. Bij uitbreidingen, nieuwe groepen of twijfel is een erkend installateur de veilige keuze.
Op L of P komt de fase, in Nederland meestal de bruine draad. De zwarte of grijze schakeldraad gaat naar de andere klem en loopt door naar de lamp. Meet bij oudere installaties altijd na, want kleuren kunnen afwijken.
Dat is normaal. Een gewone schakelaar onderbreekt alleen de fase, de nul gaat rechtstreeks naar de lamp. Alleen bij combinaties met een stopcontact of bij sommige slimme schakelaars en dimmers heb je een nul in de doos nodig.
Met een wisselschakelaar bedien je één lamp vanaf twee plekken. Met een serieschakelaar bedien je twee lampen of lampgroepen los van elkaar vanaf één plek. Ze hebben allebei drie klemmen, maar worden anders aangesloten.
Het is beter dan niets, maar niet altijd betrouwbaar. Een tweepolige spanningstester meet nauwkeuriger. Test je meter altijd eerst op een stopcontact waarvan je weet dat er spanning op staat.


